Toen ik mijn sandalen verloor

 

toni-boltini2-php

Het was zaterdag 6 juni 1970. Thuis hielden we de gordijnen dicht en alle ramen open maar het bleef verstikkend warm. Ik was nog een spichtige puber en had gisteren voor mijn verjaardag een zomerjurkje gekregen. Het stond me zo mooi! Voor de spiegel draaide ik nog even een pirouette voordat ik trots naar het pleintje ging, benieuwd wat mijn vriendinnen ervan zouden vinden.

Een opgeschoten jongen fietste langs, staande op de trappers:

‘Het cîîîrcus kôôômt!’

Als een golf spoelde het nieuws door de zonverhitte straten van de wijk.

‘Het circus komt!’

Zo snel als ik kon op de tè grote plastic sandalen van mijn zus liep ik naar het braakliggende terrein achter de kerk. Daar werd de blauwwitte tent opgericht. Grote, zwetende mannen met ontbloot bovenlijf sloegen met enorme hamers houten palen in de grond. Elke dreunende slag voelde ik in mijn knieën, in mijn buik. De brandende zon, de warme wind, de geur van gras en zweet en het gestage dreunen van de hamers, ik voelde me plotseling heel raar, zweverig. Trillend haalde ik adem, kreeg ik koorts ofzo?

“Dôôhst!” riep een enorme man. Hij zwaaide de voorhamer over zijn schouder, keek mijn kant op, fronste en liep naar me toe.

‘Gaat goed meidje? Jij heel wit.’

Ik schudde mijn hoofd, alles draaide om mij heen. De vriendelijke reus pakte mijn elleboog, hield me overeind en zette me op een roestig stoeltje. Mijn hoofd tolde, mijn huid kriebelde, mijn buik borrelde en ik drukte mijn dijen tegen elkaar om … Waarom eigenlijk? Even later kwam hij naar me toe met een glas limonade en een glimlach.

‘Drink meidje.’

Ik dronk met snelle slokjes.

‘Zo, jij mooi kleur. Snel thuis gaan, maar kom terug, kijken, oké?’

Hij knipoogde, hielp me uit het stoeltje en liep naar de volgende paal die ritmisch in de grond werd geslagen. In mijn hand zat een vrijkaartje voor die avond!

Thuisgekomen gaf mama mij een gloeiende klap in mijn gezicht.

‘Rotkind, een vlek? Op die plek? Op je nieuwe jurk? Je bent een schande.’ Ze stuurde me zonder avondeten naar boven. In mijn kamer zag ik de vieze roestveeg op mijn rechterbil. Tranen rolden over mijn wangen, tot ik aan het vrijkaartje in mijn sok dacht.

Het duurde uren voordat ik de trap af durfde te gaan. Ik sloop langs de huiskamer waar ik het gejengel hoorde van mijn broertje in de box, papa’s gesnurk van de bank en daarbovenuit het gegiechel van mijn zus en mama bij ‘Een van de Acht’.

Toen ik rennend bij de tent kwam zag ik dat de ingang was afgesloten. De voorstelling was al begonnen. De dikke dame van de kassa zag mijn tranen en het kaartje in mijn hand, kwam naar me toe en stak haar arm uit. Ik kromp in elkaar, onnodig, haar hand streelde troostend mijn haar. Ze nam me bij de hand en bracht me door een zijingang naar binnen. Naast de tribune, daar waar de artiesten binnenkwamen, stond een hoge blauwwitte kist te zoemen. Boven de artiesteningang speelde het orkest, het was oorverdovend luid. Vlakbij mijn oor zei de dikke vrouw:

‘Als je hier gaat zitten heb je het beste plekkie.’

Ze zette me op de kist, knikte glimlachend en ging weer naar buiten.

Betoverd door de prachtige witte paarden die in cirkels draafden en precies gelijk dansten en draaiden op de muziek, zat ik op mijn troon. Ik droomde mij op zo’n paard.

Na de act liepen paarden zo rakelings langs me dat ik ze bijna kon aanraken. Ik keek ze lang na. Zuchtend draaide ik me om naar de piste waar acrobaten in hun glanzende mantels trots rondliepen. De mantels werden zwierig weggeworpen waarna ze soepel omhoog klommen, drie prachtige vrouwen met een blonde paardestaart en mijn gespierde reus. Kwam het door het trillen van de kist of werd ik toch ziek? Ik voelde me weer net zo raar als vanmiddag.

Even later staarde ik met open mond naar boven, naar de vliegende trapeze. Zonder vangnet zweefden de vrouwen gracieus buitelend door de lucht. Alle toeschouwers keken ademloos toe en iedere keer als een acrobate weer veilig was gevangen door mijn held ging er een ‘aaah’ door de tent. Ik vond het eigenlijk helemaal niet eng, mijn redder was zo sterk en beheerst, dat kon toch niet fout gaan? Als ik zelf maar even aan zijn sterke armen mocht hangen, of ze om mij heen kon voelen …

Bij de laatste driedubbele salto ging het mis. De kleinste vrouw tolde scheef door de lucht. Hij hing ondersteboven, liet zich razendsnel omlaag glijden zodat hij alleen aan zijn voeten hing en kon haar nog net met één hand grijpen. De vrouw slingerde woest heen en weer, iedereen hield de adem in. Met een enorme krachtsinspanning trok hij haar omhoog, greep de andere hand en slingerde haar op het platform in de nok van de tent.

Onder triomfantelijke muziek gleden ze langs touwen naar beneden en liepen zwaaiend mijn kant op. Het orkest begon een deinende wals te spelen, olifanten liepen trompetterend de piste in, maar ik had alleen maar oog voor mijn held en de vrouw die hij had gered. Achter de tribune bleven ze staan, zij vlak vóór hem met haar handen op de heupen. Door de harde muziek hoorde ik niet wat ze zei, maar plotseling gaf ze hem zo een harde klap in zijn gezicht dat ik de hand van mijn moeder weer op mijn wang voelde. Even keek ze hem met haar groene ogen giftig aan, draaide zich om en liep driftig onder de tribune. Met grote stappen ging hij achter haar aan en greep haar paardestaart. Ze draaide zich om, wilde hem weer in zijn gezicht slaan maar hij greep haar hand. Met haar andere hand probeerde ze hem opnieuw te slaan maar ook die hand werd gepakt. Lachend tilde hij haar hoog op en draaide haar om. Even hing ze hulpeloos trappelend in de lucht voordat hij haar voorover slingerde op een paar strobalen. Met één hand hield hij haar armen op haar rug en met de andere scheurde hij de onderkant van haar glinsterende pakje kapot. Zijn arm ging omhoog. Hij zou toch niet, net zoals mijn papa … Juist wel, keer op keer kwam zijn grote hand neer op haar billen die steeds roder werden.

Zij draaide haar gezicht mijn kant op, mond open, ogen samengeknepen, en keek omhoog. Ze zei iets sissends. Hij schopte haar benen uit elkaar en trok woest zijn riem los zodat zijn broek omlaag viel. Geschrokken sperde ik mijn ogen open. Ik had mijn broertje wel eens bloot gezien, maar dit was een heel andere piemel. Hij was dik, groot, met een paarse kop erop en stak recht naar boven!

Ik klemde mijn handen tussen mijn dijen.

De riem flitste door de lucht, op de rode billen verschenen twee witte striemen. De derde slag zwiepte tussen haar benen! Ze trok haar rug in één klap hol, haar kont kwam zover omhoog dat ik haar spleetje zag! Hij grijnsde, tuitte zijn lippen en liet klodders kwijl tussen haar billen druipen. Met zijn hand duwde hij de top van zijn piemel naar beneden, recht voor de billen van de vrouw.

Ik wilde niet maar moest blijven kijken. De olifantenmuziek tetterde in mijn oren, voor mijn ogen zag ik de paarse kop tussen de rode billen van de vrouw verdwijnen, steeds verder in haar. Mijn handen trok ik in mijn kruis.  Verbaasd voelde ik dat mijn onderbroekje nat was.

De vrouw draaide weer haar gepijnigde gezicht in mijn richting.

Maar was pijn wat ik zag? Haar glanzende ogen keken naar binnen, ze draaide traag met haar hoofd en likte haar lippen af. Misschien had ze ook pijn, maar ze vond het heerlijk! Op de olifantenmuziek perste de man zijn stijve piemel steeds opnieuw helemaal in haar en zij bewoog haar heupen in hetzelfde ritme. Mijn handen en heupen bewogen ook mee. Olifanten trompetterden, het publiek begon te lachen en onder de tribune verstarde zij. Knipperend draaiden haar ogen weg en ze werd zo slap als een pop. Hij stopte, even, maar ging daarna nog harder en sneller in haar tekeer!

Ik kon mijn ogen er niet van af houden, wiegde heen en weer, mijn lijf trilde mee met de kist en mijn handen bewogen ook steeds sneller. Mijn huid begon te tintelen, mijn benen te trillen, mijn oren suisden en tussen mijn benen stond ik in brand. Ik kreeg geen adem meer, merkte vaag dat de olifanten weg waren en dat de muziek was gestopt. In die stilte draaiden ook mijn ogen weg en begon ik te gillen. Iedereen keek naar me voordat ik van de kist viel.

Toen ik weer bij zinnen kwam zat ik op schoot bij de dikke dame van de kassa. Ze keek me bezorgd aan. Over haar schouder zag ik HEM dichterbij komen. Hij maakte de gesp van zijn riem vast. Ik voelde me gelijk weer zo raar van binnen. Het voelde heerlijk! Het voelde vreselijk! Een stem in mij schreeuwde: ‘WEG’. Terwijl ik langzaam opstond moest ik naar hem blijven kijken. Hij was al vlakbij en begon tegen me te grijnzen. Toen kon ik mijn ogen losrukken. Ik draaide me om en heb gerend en gerend tot ik bij mijn voordeur was. Buiten adem glipte ik naar binnen en leunde minutenlang voorover gebogen tegen de deur, mijn ogen stijf dichtgeknepen. Het bleef buiten doodstil. Ik opende mijn ogen en keek naar mijn voeten.

Onderweg was ik mijn sandalen kwijtgeraakt.

 

 .

.

 .
 .

.


Dit is mijn bijdrage voor de EWA bijeenkomst van 20 mei 2017.
Het verhaal voor deze bijeenkomst diende liefst geïnspireerd te worden door de muziek van een sensueel bewegend dames-strijkkwartet. De muziek vond ik niet zo inspirerend, de kleding van de dames des te meer. Het basis-idee kwam uit opdracht vijf van de SchrijfMarathon 2017.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Advertenties

Een gedachte over “Toen ik mijn sandalen verloor

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s